index - artikelen - links
wim wiskerke vorm en foto

Retoucheren

Retouche dient om fouten te corrigeren.
Je mag retouche niet kunnen zien.
Retouche kun je vaak voorkomen.

Stofjes op het negatief

De simpelste retouche is het uitstippen van witte vlekjes op een afdruk. Meestal zijn die vlekjes ontstaan door stofjes of haartjes op het negatief of op het glas van de negatiefhouder. Soms zitten die stofjes vast in de emulsie: als het er veel zijn kun je de film maar beter opnieuw spoelen en stofvrij drogen. Als ze los liggen kun je ze afblazen met lucht of een blaaskwastje. Of afvegen met een zacht doekje. Pas op dat de film niet statisch geladen raakt, zodat er meer stof aangetrokken wordt dan eraf geveegd.

Het helpt overigens als de vergroter geaard is, zodat een eventuele statische lading kan afvloeien.

Controleer vaak de glaasjes en, als de condensor dichtbij het filmoppervlak zit (Leitz!), ook de condensor op stof.

Het gereedschap

Uitstippen gebeurt met verf of inkt met een zeer fijn penseel. Ervaring is hier de beste leermeester. Schaf een goed retouche- of aquarel-penseel aan, maat 00 of 000. Bekijk er 10 of 20 en kies de beste: geen uitstekende haren en een mooi gevormd puntje. Da Vinci is heel goed, maar niet goedkoop: 10 - 15.

De beste retouche-verf of -inkt is het amerikaanse merk Spotone. Aan één flesje heb je voor je leven genoeg. Helaas ben je er niet met één flesje, want er zijn verschillende kleuren. Er waren 4 'kleuren zwart' (groen, blauw, rood en grijs) waarvan er 3 goed leverbaar zijn in Nederland. Er zijn (voorjaar 99) 3 nieuwe kleuren beschikbaar gekomen, die ik nog niet in Nederland heb gesignaleerd. Kleur 4, 5, en 6 warm, koel en neutraal.

In praktijk werk je altijd van een 'palet': de achterkant van een afgekeurde PE-print is daarvoor prima geschikt. Daarop laat je een paar druppels Spotone drogen, geleidelijk verdund met water van donker naar zeer licht. Voor het gebruik een paar kleine druppels water erop en met een bijna droog penseel kun je een heel klein beetje Spotone opnemen. Andere methoden kosten meer inkt en zijn minder nauwkeurig.

Bijna alle ander merken inkt en verf blijven zichtbaar. Heel erg zichtbaar, eigenlijk onbruikbaar daardoor: de zogenaamde verfdoos van Schmincke. Sommige hebben als voordeel dat ze makkelijk verwijderbaar zijn. Merken: Hama, Schmincke. Spotone dringt prachtig in de emulsie van zowel PE- als barietpapier, maar heeft als nadeel, dat het bijna onmogelijk weer te verwijderen is. Soms lukt het met heel lang spoelen in stromend water. In Amerika is een bleekmiddel voor Spotone te koop (Spot-off), waarmee een te donkere stip lichter gemaakt kan worden. Helaas verkleurt de stip hierdoor bijna altijd. Soms bij Capi te koop.

Het uitstippen

Uit het vorige volgt, dat je heel voorzichtig moet zijn. Begin vooral niet te donker, 3 keer licht over elkaar is ook donker. Zet hele kleine stipjes. Varieer zo af en toe de richting. Gebruik een zo droog mogelijk penseel voor scherpe stipjes. Voor vlakken op afdrukken waarop geen korrel zichtbaar is, mag de penseel natter zijn en de verf meer verdund. Pas op voor plasjes: die drogen op met een licht midden en donkere randjes.

Vooraf, of al doende, meng je de kleur. Beoordeel de kleur in opgedroogde vorm op het materiaal dat je wilt retoucheren.

 

Natte of chemische retouche

Te donkere delen van een foto kunnen worden opgehelderd.

Meestal is een nieuwe afdruk een beter idee, maar er zijn fotografen die altijd bleken om helderder witten te krijgen. (W. Eugene Smith is daar een goed voorbeeld van.) Vroeger was dat meer nodig dan nu. Er zijn middelen die zo nauwkeurig werken, dat je een kras of een haar die zwart op de afdruk staat, weg kunt bleken. Bij de meeste middelen moeten moet de afdruk na het bleken gespoeld en opnieuw gefixeerd worden. Pas op voor verkleuringen. Test een verzwakker altijd eerst op een afgekeurde print.

Op film

Vroeger werd er ook veel op film geretoucheerd,zowel met potlood als met inkt. Dat was vooral mogelijk omdat er op veel grotere formaten gewerkt werd. Het word nu zelden meer toegepast. Soms nog bij wijze van eerste hulp: versterken van een hopeloos te dun negatief of het verzwakken van een veel te zwaar negatief.

 
Digitale retouche

Digitaal retoucheren gebeurt meestal met een kloon-tool in een fotobewerkingsprogramma.
Bij beschadigde negatieven of dia's is het beter om een scan te maken van het negatief of de dia en die te restaureren met behulp van digitale techniek.
Is het nodig om verder op film te werken, dan kan het bestand weer uitgeschoten worden op film. Dit gaat met een filmbelichter. Elk flink vaklab heeft zo'n ding. Vaak is het helemaal niet meer nodig om er nog weer film van te maken. De grote vaklabs zijn al geheel overgegaan op het digitaal belichten van het papier. Van negatieven en dia's worden altijd eerst scans gemaakt. Ook voor ciba's (Ilfochrome) bijvoorbeeld. Bij kleinere vaklabs of in de eigen doka wordt natuurlijk nog veel film gebruikt voor grote vergrotingen.
 
top