index - artikelen - links
wim wiskerke vorm en foto


over barietpapier

-
Wim Wiskerke


waarom barietpapier

emulsie
drager

ontwikkelen
meerbad-techniek
stopbad
fixeer
spoelen
drogen

Waarom bariet?

Kunststofpapieren zijn gemakkelijk en snel te verwerken.
Barietpapieren zijn niet gemakkelijk te verwerken. Vooral fixeren en spoelen zijn kritisch, omdat water en chemicaliën doordringen in de drager. Na droging krullen de meeste papieren alle kanten op.

Waarom werken fotografen dan op barietpapier? Barietpapier is mooier, al weet niemand precies waarom. Omdat sommige emulsies gelijk zijn aan emulsies van kunststof-papier, moet het aan iets anders liggen. Mogelijkheden: de dikte van de totale emulsie- en gelatinelaag; de kleur of witheid van papier en barietlaag; de structuur van (het oppervlak van) barietpapier.
De meest gehoorde omschrijving van het effect van barietpapier is: "het heeft veel meer diepte".

Barietpapier is lang houdbaar. Van de houdbaarheid van PE-papier is nog niet zoveel bekend. Daarom kiezen verzamelaars en archieven voor echt papier. Dus als foto's aan de muur moeten: bariet. Omdat houdbaarheid bijzonder belangrijk is, maar ook moeilijk te bereiken voor barietpapier, bestaan er veel voorschriften en procédés voor de verwerking. En ook veel onenigheid.

Top

EMULSIE

De emulsie van alle fotopapieren bevat zilverbromide kristallen, sommige bevatten ook zilverchloride kristallen. Zilverchloride is minder gevoelig dan zilverbromide. De hoeveelheid zilverchloride en/of -bromide in een emulsie is 2 tot 4 gram per m.

De papieren met alleen zilverbromide heten bromide-papier en hebben een neutrale tot blauwzwarte kleur of 'beeldtoon'.

Papieren met zowel zilverbromide als -chloride heten chlorobromide-papier en zijn neutraal tot warmzwart (van bruinig tot groenig) van beeldtoon.

Vroeger waren er papieren met uitsluitend zilverchloride-emulsie (Kodak-AZO, Agfa Lupex), deze hadden een zeer lage gevoeligheid en waren alleen als kontaktpapier bruikbaar.

Er zijn papieren die tot de bromide-papieren gerekend worden ook al hebben ze sporen chloridekristallen in hun emulsie (Ilford Galerie, sommige variabel contrast papieren), daarom spreken we bij uitgesproken chlorobromide emulsies, zoals Agfa Record Rapid en Portriga, van 'echte' chlorobromide-papieren.

Top

DRAGER

De drager is van papier, maar kan flink variëren in dikte en structuur. En ook de kleur is flink verschillend van merk tot merk of type. Helder wit (met witmakers) komt voor, maar ook ivoorwit; romig of gelig wit; of chamois

Top

ONTWIKKELEN

De ontwikkelaar bepaalt de kleur.

Chlorobromide papieren zijn goed te beïnvloeden; bromide papieren niet.

Warmtonende ontwikkelaars zijn bijvoorbeeld: Agfa Neutol WA; Tetenal Neutraltyp; Amaloco AM 1001.

Neutraal- tot koudtonende ontwikkelaars: Neutol NE; Tetenal Eukobrom, Eukospeed, Ilfospeed; Kodak Dektol; Am 2002 t/m 6006.

Vooral de stoffen die aan de ontwikkelaar toegevoegd zijn om de houdbaarheid te vergroten en de sluiervorming tegen te gaan zijn van invloed op de kleur. Zo kan chlorobromide papier blauwzwart worden in een warmtoon-ontwikkelaar, waaraan een paar druppels pure benzotriazole worden toegevoegd (Amaloco SWS, bevat behalve BTZ ook kaliumbromide en dat verhoogt het contrast weer. Kodak AF is BTZ in tabletvorm: 0,03g btz.), wel wordt de ontwikkeltijd flink langer.

Bij chlorobromide papieren is ook de ontwikkeltemperatuur van invloed op de beeldtoon: een warmere ontwikkelaar geeft een warmere beeldtoon, maar pas op voor sluiervorming.

De ontwikkelaar bepaalt ook de gradatie en de maximale zwarting.

De meeste ontwikkelaars zijn gemiddelde ontwikkelaars, maar de prestaties verschillen onderling nogal en vooral bij papieren met een variabele gradatie loopt de zwarting sterk uiteen. De vuistregel: begin met de ontwikkelaar die de fabrikant ontworpen heeft voor een specifiek papier. Multigrade in multigrade- en Ilfospeed in Ilfospeed-ontwikkelaar.

Barietpapier in speed-ontwikkelaar is meestal geen goed idee, omdat in veel PE-emulsies al bepaalde ontwikkelstoffen zijn toegevoegd. De trend is overigens, dat die stoffen er weer uitgelaten worden, formeel vanwege de houdbaarheid, maar waarschijnlijk is het gewoon goedkoper. Voor bariet-puristen is een veel vervelender ontwikkeling, dat er aan barietpapier steeds meer ontwikkelstoffen worden toegevoegd. Dit betekent, dat voor een echt goede sturing van kleur en gradatie met de ontwikkelaar, het papier eerst voorgeweekt moet worden om de ontwikkelstoffen eruit te wassen.

Harde ontwikkelaars komen uit de grafische sector en verhogen de papiergradatie minimaal anderhalve gradatie. Overal verkrijgbaar: Tetenal Dokumol. Zachte ontwikkelaars verlagen de gradatie ongeveer een gradatie. Merken: Tetenal Centrabrom S; Efhabrom.

Top

MEERBAD-TECHNIEK

Negatieven met groot onderwerpskontrast of met tegenlicht zijn bijzonder moeilijk te vergroten. Ook al kies je de juiste papiergradatie, dan zijn de hoge lichten te wit als de schaduwen goed doortekend zijn of als de hoge lichten goed doortekend zijn, zijn de schaduwen al dichtgelopen.

Als je een zachtere gradatie neemt is vaak het beeld te flauw en de brilliantie verdwenen.

-Normaal bepaal je de gradatie het snelst, door eerst de belichtingstijd te bepalen voor de hoge lichten. Zijn, bij die tijd, de schaduwen te licht, neem dan een hardere gradatie. Zijn de schaduwen te donker, neem dan een zachtere gradatie. Wel even de belichtingstijd opnieuw bepalen, omdat verschillende gradaties meestal een verschillende gevoeligheid hebben.-

De meerbad-techniek gaat er vanuit, dat meestal eerst de lichte delen in een zachte ontwikkelaar ontwikkeld worden (1-2 min.) en daarna de donkere delen in een gewone ontwikkelaar uitontwikkeld, en eventueel zelfs nog in een derde ontwikkelaar: de grafische. Een variant is: eerst normale en daarna zachte ontwikkelaar.

Er is een test waaruit blijkt dat deze techniek steeds minder invloed heeft, vermoedelijk door de 'ingebouwde' ontwikkelstoffen. Met de komst van steeds betere variabele gradatie papieren zoals Agfa Multicontrast Classic verliest deze techniek enigszins zijn betekenis. In plaats van meer baden bij het ontwikkelen, kan je in bepaalde gevallen meer filters bij het belichten gebruiken.

Top

STOPBAD

In combinatie met het hierna beschreven fixeer, moet stopbad gebruikt worden en wel vers. Amaloco S10 heeft als voordeel dat het praktisch reukloos is en een goede indicator heeft. Barietpapier 1 minuut onder constante beweging.

Houdt je bij de verwerking van bariet aan de maximumtijden, in verband met het uitspoelen van het chemicaliën-zilver-complex en de zuurgraad van de drager.

Top

FIXEER

Vroeger bestond een liter fixeer uit 200 gram natriumthiosulfaat en 20 gram kaliummetabisulfiet (met een ph van 4.8) en de fixeertijd bedroeg 10 minuten. Bij gebruik van een azijnzuur-stopbad zakte de ph-waarde tot 4.0. Hierop zijn nog steeds de meeste spoelmethoden gebaseerd.

Modern fixeer is gebaseerd op Ammonium Thiosulfaat met meestal een aanvangs-ph-waarde van 5.5. (Amaloco X55)

Het nieuwste (sinds begin jaren 90) is een 'neutraal' fixeer zoals Amaloco X88 dat met een ph-waarde van 6.7 begint en door stopbad zakt naar 6.0.

Zuur fixeer hecht zich sterker aan de papiervezels dan een neutraler fixeer. En hoe korter de fixeertijd is, des te beter is het fixeerzout-zilvercomplex uit te spoelen. Zij het dat er drie fasen doorlopen worden tijdens het fixeren, waarbij pas in de derde fase dat complex uitspoelbaar is geworden.

Het beste is om in ieder geval een heel vers fixeer te gebruiken bij bariet. En de print flink te bewegen tijdens het fixeren. Een manier om fixeer te besparen en toch redelijke resultaten te behalen is: twee fixeerbaden gebruiken. Eerst een relatief oud fixeerbad, daarna een heel vers bad. Omdat het oude fixeer zich zo goed aan de papiervezel hecht is het een inmiddels achterhaalde methode.

Voor bariet is nu de 'nieuwste' fixeermethode:

Neutraal fixeer in hoge concentratie. X88 1 + 4.

Superkort fixeren.

De tijd moet per papier bepaald worden. En wel als volgt:

Knip een vel papier in stroken en schrijf er 10, 15, 30, 45, 60 op en fixeer die een overeenkomstig aantal seconden in een zo donker mogelijke doka. Spoel ze onmiddellijk flink in stromend water. Belicht ze door het licht een tijdje aan te doen en ontwikkel ze dan minstens 3 minuten. Neem een klein beetje ontwikkelaar alleen hiervoor, want het gebeurt vaak, dat er toch een restje fixeer uit de rand van het papier in de ontwikkelaar terecht komt. De tijd van het strookje dat als eerste geheel blank blijft wordt verdubbeld en geldt als fixeertijd.

De capaciteit van het fixeerbad is op deze manier gering: hooguit 1 m papier per liter gebruiksklare fixeer. En hooguit tot een zilvergehalte van 2 g per liter. Ter vergelijking: voor PE: 3.5 m en 5 g per liter.

Het fixeer van barietpapier is dan ook daarna rustig voor PE of film verder te gebruiken.

Het zilvergehalte is meetbaar met Tetenal Fixierbadprüfer (duur). Kaliumjodide (de 5-druppelmethode) is ongeschikt, want reageert nog niet op een zo laag zilvergehalte.

Top

SPOELEN

Het zekerst is spoelen bij een temperatuur van 20C en wel eerst 5 min in stromend water dan 5 min in Kodak Hypo Clearing (of een andere washulp) en vervolgens 20 minuten in stromend water of 1 uur voor 'museum-doeleinden' of 'archief-vastheid'.

Fixeerresten in het laatste spoelwater kunnen tot op zekere hoogte (0,005-0,001 g/l) aangetoond worden met Amaloco H15 spoelcontrol. (De restwaarde volgens de museum-archief-norm, 0,1 mg/cm, kan niet gemeten worden met amateurmiddelen.)

Fixeerresten in het papier kunnen wel aangetoond worden: met Kodak ST-1; 100 ml water + 2g natriumsulfide, voor gebruik 1+9 verdunnen (maar 1 week houdbaar).

Zilverresten in papier worden aangetoond met Kodak HT-2, een zilvernitraatoplossing. Pas op voor zilvernitraat: het veroorzaakt brandwonden. HT-2 is 6 maanden houdbaar. Deze tests veroorzaken een gele tot bruine vlek op het papier (of negatief) en worden vergeleken met een voorbeeld: het werkt, maar niet erg nauwkeurig.
De verkrijgbaarheid van st-1 en ht-2 is momenteel onduidelijk. Capi heeft enige tijd ht-2 gehad, maar heeft het niet meer.

Zuurresten in papier kunnen ook aangetoond worden met testpennen voor restauratie-doeleinden. Nauwkeurigheid is nog niet geheel bekend (leverancier: Gosman en Kraan, Zwanenburg).

Top

DROGEN

De meeste barietpapieren drogen niet glad en strak op, wanneer ze aan de lucht gedroogd worden.

Er zijn uitzonderingen, maar zo strak als PE-papier wordt het nooit. Er bestaan ook chemische toevoegingen voor het laatste spoelwater, om het papier vlakker en/of glanzender te laten opdrogen.

De klassieke manier van verwerken van glanzend barietpapier ging uit van hoogglans. Hiertoe moet het papier met de emulsie naar beneden op een glansplaat of een hooggepolijste glasplaat gedroogd worden onder hoge temperatuur (90 C). Hiervoor bestaan verschillende soorten glansmachines of -persen.

De meer moderne verwerkingsmethode gaat uit van een meer natuurlijke glans van het papier, die bereikt wordt door het aan de lucht drogen. Dit is niet alleen maar een esthetische kwestie, omdat we het nu mooier vinden, maar het heeft voordelen voor de archiefvastheid van papier. Papier veroudert namelijk heel snel (kunstmatig) bij temperaturen boven de 50 C. Het vlak maken van het papier kan later gebeuren met een (oude droog-plak-)pers met verwarming (hoogstens 50 C), of door de afdrukken langdurig onder een groot gewicht te bewaren.

Drogen kan aan een lijn, eventueel verzwaard, of op een rek, of zelfs tussen speciaal vloeipapier. Rekken worden bespannen met nylon horregaas en gestapeld, nadeel is de slechte luchtcirculatie.

Een andere methode is het opplakken met zuurvrij tape op glas, met de emulsie naar boven. Voordeel is een prachtige vlakligging. Nadelen zijn: het duurt lang en kost veel glasplaten en ruimte, het papier krijgt een andere maat dan het had onder de vergroter. Papier rekt namelijk in het water en krimpt bij het drogen, maar niet in gelijke mate in de lengte en de breedte, maar afhankelijk van de looprichting die bepaald wordt door de fabricage. Ook wordt het oppervlak van de emulsie iets uit elkaar getrokken en krijgt daardoor een iets ander uiterlijk.
Er is een variant bedacht door Jens Krautscheid met 2 platen hout. Voor de echte knutselaar. Het voordeel bij zijn methode is dat je na droging het hele formaat papier overhoudt. Het nadeel is dat er plakband aan de achterkant blijft zitten.

Vlakligging kan ook bereikt worden door een afdruk te monteren: op te plakken. Er is een droge en een natte methode:

Nat is met zuurvrije lijm (boekbinderslijm, PVA).

Droog is met een zuurvrije folie. Er bestaat een koude en een warme folie-methode.
De koude folie is meestal van Neschen, de warme bijvoorbeeld van Seal.
Oude warme folie werkte bij temperaturen tusssen de 90 en 110, moderne folie werkt bij 50C.
Voor de warme folie is een plakpers nodig (dezelfde die gebruikt wordt voor het warm platmaken van afdrukken). Plakken is bij barietpapier vanwege problemen bij de archivering niet erg in de mode.
Maar bij ciba en c-prints (eventueel uit de labda-printer) wordt er eigenlijk altijd opgeplakt. En dat gaat naar dezelfde archieven en collecties.

Top

opmerkingen of toevoegingen? mail mij